Als u de natuurlijke ouder of pleeg- of adoptieouder van een kind jonger dan acht jaar bent komt u eenmaal per kind in aanmerking voor onbetaald, wettelijk, ouderschapsverlof. U moet daarvoor tenminste één jaar direct voorafgaande aan het ouderschapverlof bij FOM gewerkt hebben.
Standaard geldt dat u gedurende een jaar de voor u geldende arbeidstijd per week met de helft terugbrengt. De werktijd kan ook met een geringer dan wel groter aantal uren per week worden teruggebracht. In dat geval wordt de maximale verlofperiode naar evenredigheid verlengd dan wel bekort.
Onder bepaalde voorwaarden merkt FOM een deel van dit verlof aan als buitengewoon verlof waarbij uw salaris gedeeltelijk wordt doorbetaald (artikel 5.19 lid 2 ('Bezoldiging tijdens ouderschapsverlof') van de CAO).
Dat is het geval zolang het kind nog geen vier jaar is. Het gedeelte van het salaris dat wordt doorbetaald bedraagt 75%. Hierop wordt altijd een bedrag in verband met de fiscale ouderschapsverlofkorting in mindering gebracht. U moet deze korting zelf aanvragen bij de Belastingdienst.
Minimaal twee maanden voor aanvang van het gewenste ouderschapsverlof dient u een schriftelijk verzoek in bij de Centrale Personeelsdienst of bij uw personeelsfunctionaris van uw instituut. FOM stelt, in overeenstemming met u, het werktijdenschema vast.
Lees meer over ouderschapsverlof in CAO-OI hoofdstuk 5, Vakantieverlof, artikelen 5.15 t/m 5.20.